Bezig betekenis
zig ergens aan werkend Voorbeelden: 'Ik was juist bezig de zaak af te ronden.', 'bezig zijn met een nieuw boek' een bezige bij (iemand die het heel druk heeft) Hij is bezig. bezig (comparative beziger, superlative bezigst) busy, occupied Hij kan nu niet praten. Hij is bezig. ― He can not talk right now. He is busy.
Werkzaam werkzaam (comparative werkzamer, superlative werkzaamst) operative, active; hardworking; employed.
Onderweg This page was last edited on 2 January , at Definitions and other text are available under the Creative Commons Attribution-ShareAlike License; additional terms may apply.
Bezig betekenis zig (bijvoeglijk naamwoord, bijwoord) 1 vlijtig, bedrijvig: bezige mensen 2 werkend aan: hij is bezig met zijn huiswerk ; verkeerd bezig zijn de zaken niet goed aanpakken 3 aan de gang: de voorstelling is nog bezig b e ·zi·gen (bezigde, heeft gebezigd) 1 gebruiken: ruwe.
Actief
Learn the meaning and usage of the Dutch word actief in English. Find out how to say actief as an adjective or an adverb, and see examples and synonyms. De Commissie werkt actief aan de uitvoering van de aanbevelingen van de Top op dit terrein. expand_more The Commission is actively promoting the summit’ s recommendations in this area. more_vert.- Actief biedt 19 verschillende definities van het bijvoeglijk naamwoord actief, afkomstig van diverse bronnen. Actief betekent onder andere arbeidend, bezig, bedrijvig, dynamisch, energiek, levendig en in functie.